TIJDSCHRIFTEN


Onze nationale identiteit en de Euro
Prinses Rosalie de Merode, hoofdartikel, tijdschrift 3/2001

Zoals iedereen weet, is het in goede banen leiden van het voorzitterschap van Europa de grootste bekommernis van onze overheid.

In een systeem waar ieder land het voorzitterschap moet verzekeren van zo een omvangrijke organisatie, zal ieder land geneigd zijn zijn afdruk na te laten of door een grote stap voorwaarts, of door een historisch daad die sporen moeten nalaten in de Europese constructie.

Onze Eerste Minister heeft ons de laatste tijd zijn gedachten geuit over de bindingen die er zouden moeten zijn tussen de moraal en de politiek in Europa, een continent dat dezelfde waarden en instellingen deelt.

Misschien is dat zijn mening niet, maar men moet niet vergeten dat Europa een belangrijk cultureel en christelijk verleden deelt, dat haar leidende karakter heeft gevormd ondanks al de oorlogen en menselijke catastrofen dat zij heeft moeten ondergaan. Het galoppeerde en technologische tijdperk waar wij ons in bevinden is een nieuwe uitdaging en wij moeten alles ondernemen om te beletten dat materialisme ons zou meeslepen in een dolle koers naar nieuwe dreigingen voor de mensheid. Iedere technologische vooruitgang is een deugd als deze het algemene belang dient, wat haar enige doel en eindpunt zou moeten zijn.

Wij zijn ook aan de vooravond van een nieuwe fase in de Europese constructie welke zeer concreet zal zijn. Het betreft de Euro waarvan wij de briefjes en de muntstukken weldra in onze brieventassen zullen hebben. De Euro is in feite bedoeld om de Europese economie te stabiliseren en de onafhankelijkheid te vrijwaren jegens de dollar en de energetische factuur van de petroleumproducerende landen. Dit is de positieve kant en de doel van een eengemaakte Europese munt. De andere kant van de medaille is dat de beperkingen en de verplichtingen van de landen onder mekaar hun onafhankelijkheid zal beperken en dat economische vergissingen van de ene -wat altijd mogelijk is- invloed zal hebben op de andere. Als men er niet op let, zal de eengemaakte munt Europa doen lijken op een grote onverdeeldheid : een onverdeeldheid kan een goede oplossing zijn gedurende een beginperiode omdat zij tijd wint om een zware erfenis te aanvaarden maar meestal verlegd zij de moeilijkheden naar latere generaties ; en hoe een patrimonium behouden indien de verantwoordelijkheid over dit behoud zo verdeeld is dat iedereen op de andere zou berusten om hem staande te houden? De eengemaakte munt zou ook een gevaar kunnen worden voor onze nationale identiteit want al de landen die ze zullen gebruiken ,zullen een uitgestrekt grondgebied vormen met dezelfde beperkingen en producten.

In zijn toespraak van 21 juli, sprak Koning Albert II over de noodzakelijkheid om onze nationale identiteit te bewaren in de schoot van de Europese Unie. Dit is zeer belangrijk en wij moeten ons bij aansluiten door het behoud en de bevordering van onze nationale eigenheden.

Ieder land heeft zijn goede en slechte punten maar België mag wel bestempeld worden als een "goed land". Het Belgische volk is vredelievend en zoekt niet naar problemen, het leven is er gemakkelijker dan elders. Diegenen die hier komen hebben de indruk van een luilekkerland binnen te treden. Ten alle tijde zijn buitenlanders bij ons gebleven en zelfs nu hebben wij gepensioneerde Nederlanders en Fransen die zich bij ons installeren omdat de fiscaliteit voor hen gunstiger is en de geneeskunde van beter kwaliteit.

Ik ben Belg, België is mijn land omdat ik er geboren ben, ik ben er grootgebracht en dank zij haar heb ik een vaderland, een thuis die ook die van mijn ouders was. Daarom ook wil ik mijn nationale identiteit niet verliezen.


TERUG
BULLETINS


Identité nationale et Euro
Princesse Rosalie de Merode, bulletin 3/2001, éditorial.

Comme chacun le sait, la préoccupation actuelle de nos autorités gouvernementales est de bien réussir leur mandat de présidence européenne.

Dans un système où chaque pays doit assurer pendant 6 mois la présidence d’une organisation d’une telle ampleur, la tendance de chaque pays sera bien sûr de laisser son empreinte, soit par une bonne poussée en avant, soit par un acte qui devrait faire date dans l’histoire de la construction européenne.

Notre Premier Ministre a exprimé ces derniers temps ses réflexions quant aux liens qui devraient unir la morale et la politique à l’heure de l’Europe, c’est-à-dire d’un continent qui “partage les mêmes valeurs et les mêmes institutions”.

Ce n’était peut-être pas sa pensée, mais il ne faut pas oublier que l’Europe partage un important héritage culturel et chrétien, qui l’a façonnée et qui lui a donné son caractère dominant malgré les guerres et toutes les catastrophes humaines qu’elle a rencontrées. L’ère de la technologie galopante dans laquelle nous sommes entrés est un nouveau défi et il ne faudrait pas que le matérialisme nous entraîne dans une course folle vers de nouvelles menaces pour l’humanité. Tout progrès technologique est un bien à condition de l’utiliser pour le bien commun, qui devrait être son seul but, sa seule finalité.

Nous sommes aussi à la veille d’entrer dans une nouvelle phase de la construction européenne, et celle-là sera bien concrète, sonnante et trébuchante ! Il s’agit de l’euro, dont nous aurons bientôt les pièces et les billets dans nos portefeuilles. L’euro est destiné à stabiliser l’économie européenne en assurant l’indépendance du vieux continent face au dollar et à la facture énergétique des pays producteurs de pétrole. C’est le côté positif et le but recherché de la monnaie unique européenne. L’envers de la médaille est que les contraintes et les obligations des pays entre eux ne leur enlèvent leur indépendance et que les erreurs toujours possibles de la politique économique de l’un ou de l’autre pays ne rejaillissent immanquablement sur l’ensemble. Et si l’on n’y prend pas garde, la monnaie unique pourrait rendre l’Union Européenne comme une vaste indivision : une indivision est une bonne solution en un premier temps car elle permet de gagner du temps dans l‘acceptation d‘un lourd héritage, mais le plus souvent elle renvoie les difficultés aux générations futures, et comment préserver un patrimoine quand la responsabilité de cette préservation est tellement diluée que chacun repose sur l’autre pour le maintenir ? La monnaie unique pourrait aussi s’avérer un danger pour notre identité nationale car les pays qui l’utiliseront deviendront comme un vaste territoire qui a les mêmes contraintes et les mêmes produits.

Le Roi Albert II, dans son discours du 21 juillet, nous a parlé de la nécessité de conserver notre identité nationale au sein de l’Union Européenne. Ceci est très important et nous devons nous y accrocher en conservant et en promouvant nos spécificités nationales.

Tout pays a ses qualités et ses défauts, mais la Belgique peut certainement être qualifiée de “bon pays“. Le peuple belge est pacifique par tempérament, il ne cherche pas les complications, la vie y est plus facile qu’ailleurs et ceux qui viennent chez nous ont l'impression d'entrer dans un pays de cocagne. De tout temps, les étrangers sont restés nombreux chez nous et même maintenant nombre de retraités hollandais ou français viennent s’installer chez nous parce que la fiscalité leur est favorable et que sa médecine y est de qualité.

Je suis Belge, la Belgique est mon pays parce que j’y suis née, j’y ai grandi et je lui dois d’avoir eu dès mon plus jeune âge une patrie, un chez-moi qui était celui de mes parents. Voilà pourquoi je ne souhaite pas perdre mon identité nationale..


RETOUR


(c) Copyright - Pro Belgica vzw-asbl - 2008.