HERDENKING

GEDENKTEKENS 1830

Om een algemeen beeld te krijgen over de deelname van de Belgische steden op het ogenblik van de onafhankelijkheid van België in 1830, hebben wij hieronder (zonder dat deze lijst volledig moge zijn) enkele monumenten en andere gedenktekens verzameld die over het land verspreid zijn. Uit dit overzicht blijkt het duidelijk dat heel België, zowel het Noorden als het Zuiden, hierbij betrokken was.
Alle steden namen hieraan deel en hun eenheid was dan ook geen ijdel woord.
Hierbij moet de opmerking gemaakt worden dat het Duitssprekende gewest hieraan niet deelnam om de eenvoudige reden dat dit gewest, door het verdrag van Wenen van 1815, tot de Rheinprovinz van het koninkrijk Pruisen hoorde. Pas in 1920 zal dit gewest deel uitmaken van België.

Monumenten 1830


Sint-Niklaas : het Rolliersmonument

In Sint-Niklaas werd het Gedenkteken aan majoor Benedict ROLLIERS en de strijders van 1830 opgericht (“het Rolliersmonument” geheten). Het monument bevindt zich op het Regentieplein, in het stadscentrum van Sint-Niklaas, bij het station.
Majoor Rolliers nam met de nodige moed deel aan de verdediging van Antwerpen. Op 2 februari 1831, palmde hij, als onderluitenant in het Gentse brandweerkorps, de gouverneursresidentie in. Hij werd in juni 1831 door Leopold van Saksen - Coburg persoonlijk gehuldigd in een toespraak te Gent : “Zonder de dapperen van 2 februari, waaronder Rolliers de moedigste was, zou België niet meer bestaan !” (in het Frans in de tekst).


Tienen : het Standbeeld 'De groene'

Het bronzen standbeeld staat op de Grote Markt en is van de hand van de beroemde Antwerpse beeldhouwer Jef Lambeaux. Het werd op zondag 6 augustus 1905 onthuld, ter herdenking van de 75ste verjaardag van de Belgische onafhankelijkheid. Omwille van de bronzen patina is dit monument groen geworden, zodat men in de volksmond over 'De groene' of over 'Groene Jef' spreekt.
De stad Tienen nam actief en roemrijk deel aan de omwenteling van 1830; Hierbij werden de vrijwilligers met roem overladen. Zij vervoegden de strijders tijdens de septemberdagen in het park van Brussel en namen ook deel aan de aanval door Mellinet op de Walembrug over de Nethe op 21 oktober.

Bergen: het Monument ter ere van de overledenen van 1830 uit Bergen.


Nijvel : de Kolom van de Vrijwilligers van 1830

Daags na de onafhankelijkheid plantten de inwoners van Nijvel in de "rue de Mons" een boom, als symbool van de vrijheid : een mooie populier uit Italië. Om aan de wens van de bevolking tegemoet te komen, werd er beslist om er een marmeren kolom op te richten, die het werk was van Joseph Lanneau, een lokale marmerverwerker; Hij werd met moeite voor zijn werk betaald. De kolom werd op 16 december 1834 ingehuldigd. Nadat de kolom enkele malen verhuisd werd, staat ze sinds 1984 op het plein van de Herinnering voor de kerk en het oude Klooster van de Minderbroeders.

Monceau sur Sambre (bij Charleroi) : de Kolom van 1830.

Grez-Doiceau :
Door brief van 16 mei 2007, deelt de gemeente Grez-Doiceau ons mede dat een monument ter nagedachtenis van de vrijwilligers van 1830 dichtbij zijn parochie kerk opgericht werd. Het werd op 23 juli 1905, ter gelegenheid van 75e verjaardag van de onafhankelijkheid van België ingewijd. Het bevindt zich er nog vandaag.
Anderzijds zijn ze nog altijd in bezit van "de vlag van de Erkenning" om aan de nationale bevrijding in 1830 samengewerkt te hebben.

Pellenberg (6 km van Leuven, richting Tienen) :
Er staat een klein gedenkteken recht over de ingang van het UZ Pellenberg, tussen de struiken weggestoken, ter gedachtenis van de ondertekening van de wapenstilstand tussen België en Nederland. Deze plaats was het decor van deze gebeurtenis.
Het denkteken staat op het voormalige domein " de Maurissens" vóór de universiteit van Leuven het domein opkocht. In het oude kasteel is nu de universiteit gevestigd.
(Informatie van Dhr Christophe Scheepmans, surfer, met dank op 10 juni 2008 ontvangen).


De Vlag van de Erkenning

Bastenaken : De bevrijdingsgolf die over heel België losbarstte tijdens de onafhankelijkheid veroorzaakte te Bastenaken oproer in augustus en september 1830. Een burgerwacht werd opgericht en de Brabantse kleuren werden in de stad geheven. Op 4 oktober 1830, vertrok een kolom van 15 vrijwilligers naar Brussel. Omwille van hun uitstekend gedrag, onder de leiding van P.F. Tosquinet, ontving de stad de VLAG VAN 1830 (actueel tentoongesteld in de raadszaal van het stadhuis).

Talrijke Belgische gemeenten die zich speciaal onderscheidden tijdens de gevechten tegen de Hollanders, ontvingen elk op 27 september 1832 van Z.M. Koning Leopold I een erevlag met de nationale kleuren, de Vlag van 1830, zoals hij geheten werd.
Laten wij enkele van deze steden en gemeenten bij naam noemen :

In het Nederlandstalige gewest : Aalst, Antwerpen, Brugge, Dendermonde, Diest, Gent, Kortrijk, Leuven, Maaseik, Mol, Oostende, Roeselare, enz…
In het Franssprekende gewest : Andenne, Arlon, Bastogne, Bouillon, Dinant, Dison, Huy, Jemappes, Liège, Mons, Namur, Philippeville, enz...

Wij stellen vast dat alle steden uit ons land, de grotere zowel als de kleinere, erbij betrokken waren om de onafhankelijkheid van België te bekomen.

Wat een ontgoocheling indien wij deze zo kostbaar verworven eenheid moesten verloochenen !

De volledige lijst van deze Belgische gemeenten is de volgende :

Aalst, Andenne, Anderlecht, Antwerpen, Arlon, Ath, Bastogne, Binche, Boitsford, Boom, Bouillon, Braine-l’Alleud, Braine-le-Comte, Brugge, Bruxelles/Brussel, Charleroi, Châtelet, Couvin, Dendermonde, Diest, Dinant, Dison, Dour, Enghien/Edingen, Ensival, Fontaine-l’Evêque, Geel, Gembloux, Genappe, Gent, Geraardsbergen, Ghlin, Gosselies, Grez-Doiceau, Halle, Hasselt, Herenthout, Hermee, Herstal, Herve, Herzele, Heverlee, Huy, Ixelles, Jemappes, Jodoigne, Kortrijk, La Hestre, La Hulpe, Leuven, Leuze, Liège, Lier, Luxembourg, Maaseik, Maffle, Meerhout, Menen, Meslin-L’Evêque, Mol, Molenbeek, Mons, Morlanwelz, Namur, Neufchâteau, Nivelles, Oostende, Peruwelz, Philippeville, Quaregnon, Quiévrain, Rebecq, Roeselare, Ronse/Renaix, Saintes, Saint-Ghislain, Sclayn, Seneffe, St-Pieters-Leeuw, Soignies, Tervuren, Thuin, Tielt, Tienen, Tournai, Verviers, Waterloo, Wavre, Westerlo.



Vrijheidsbomen 1830

Chimay : Aan het eind van de Grand-Rue, bij de Grote Markt, werd in 1830 een vrijheidsboom geplant, die nu verdwenen is. In de plaats hiervan kwam de overwinningsboom op het Froissardplein.

Geldenaken : De toren van de Onze-Lieve-Vrouwkapel op de Grote Markt overheerst het oude stadhuis (1733-1734) en de vrijheidsboom (1830).

St-Agatha-Rode (Huldenberg) : Bij de kerk staat een Oosterse Plataan, die als vrijheidsboom geplant werd in 1830 of 1831, naar aanleiding van de onafhankelijkheid van België. Het is een beschermd monument.

Saintes (Tubize) : Een plataan werd als « vrijheidsboom » in 1831 voor de Sint-Reneldekerk op het A. Dupontplein geplant.

Tervuren : Een lezer (Luc Dierckx.) schrijft ons dat een vrijheidsboom op een pleintje naast de kerk staat. "Ik denk echter dat de boom wegens veiligheid werd verwijderd en vervangen door een andere boom." schrijft hij nog in zijn e-mail van 7.02.2008.

En er zijn er nog veel meer...


Kerkhoven

Mussy la Ville (Musson) : Een oude Belgische gemeente, die tegenwoordig bij de gemeente Musson opgenomen is, in de provincie Luxemburg, op een tiental kilometer ten oosten van Virton.

Op 3 oktober 1830, vertrokken 14 vrijwilligers uit Mussy, die in de de vrije-luxemburgse compagnie ingelijfd waren, naar Brussel om het vaderland te verdedigen. Op het parochiaal kerkhof is er een graf met de namen van drie onder hen : J.J. PIERRE, A. GILLET en Théodore DERISIER. De eerste twee stierven ten gevolge van de oorlog terwijl Théodore Derisier op het veld van eer viel. Terwijl Niellon per verrassing Lier innam, vervolgde Mellinet de vijand aan het hoofd van de Luxemburgse compagnie, trok hij door Mechelen en kwam aan de Nethe voor de Waalhembrug die door 2000 Hollanders verdedigd werd. Derisier maakte deel uit van de 350 vrijwilligers die zich aangeboden hadden om de brug over te steken maar hij kwam niet terug.

Fleurus : ( St-Rochusstraat) Drie graven van vrijwilligers van 1830.

Zonnebeke : In een bovengrondse crypte op de gemeentelijke begraafplaats rusten veertien Zonnebeekse oud-strijders, waarvan één van 1830, de anderen van de twee wereldoorlogen. In deze crypte liggen er verschillende kisten op rekken. "Ik weet niet of deze crypte toegankelijk is voor het publiek doch ik ben er wel in geweest toen een werkman van de begraafplaats werken aan het uitvoeren was", schrijft ons een lezer (Luc Dierckx., email van 7.02.2008).

enz...


Herdenkingsplaten

Er zijn ook nog herdenkingsplaten : Gosselies (Rijkswacht), Jumet (Stadhuis), enz...

Indien onze lezers een gedenkteken in hun stad of dorp mochten kennen, dat ter gelegenheid van de onafhankelijkheid van 1830 opgetrokken werd, zouden wij hen zeer erkentelijk zijn, ons dit te willen laten weten. Dat zij ook niet aarzelen om ons meer informatie te bezorgen in verband met dit artikel.
Zij kunnen ons een briefje sturen naar info@probelgica.be

COMMEMORATIONS

MÉMORIAUX 1830

Pour avoir une idée générale de la participation des villes de Belgique à l’indépendance de notre pays en 1830, nous avons rassemblé ci-dessous (sans que cette liste ne soit exhaustive,) quelques monuments et autres mémoriaux parsemés à travers le pays. Par cette revue, il ressort de manière évidente que la Belgique tout entière, tant le Nord que le Sud, a été impliquée.
Toutes les villes y ont pris part et leur union n’a pas été un vain mot.
Il est à noter que la région germanophone n’y participa pas pour la bonne raison que, par le traité de Vienne, en 1815, cette région échut à la Rheinprovinz du Royaume de Prusse. Elle sera réunie à la Belgique en 1920.

Monuments 1830


St-Nicolas : Le Monument Rolliers

A Saint-Nicolas, un monument fut érigé à la mémoire du major Benoit ROLLIERS et des combattants de 1830 (appelé communément « le monument Rolliers »). Ce monument se trouve Place de la Régence, dans le centre-ville de Saint-Nicolas près de la gare.

Le Major Rolliers participa avec toute la bravoure nécessaire à la défense d’Anvers. Le 2 février 1831, alors qu’il était sous-lieutenant dans le corps des pompiers de Gand, il prit le contrôle de la résidence du gouverneur. Il fut loué personnellement en juin 1831 par Léopold de Saxe Coburg dans un discours à Gand : “Sans les braves du 2 février, parmi lesquels Rolliers était le plus vaillant, il n’y aurait plus eu de Belgique !”


Tirlemont : La statue ' Le Verdâtre'

La statue en bronze, située sur la Grand Place, est l’œuvre du grand sculpteur anversois, Jef Lambeaux. Le monument fut inauguré le dimanche 6 août 1905, au cours de la commémoration du 75e anniversaire de l’indépendance de la Belgique. A cause de la patine du bronze, ce monument a pris une couleur verte et le langage populaire le dénomme : le verdâtre ou le Jef vert.
La ville de Tirlemont prit une part active et glorieuse à la révolution de 1830, au cours de laquelle les volontaires se couvrirent de gloire. Ils rejoignirent les combats des journées de septembre dans le parc de Bruxelles. Ils prirent part aussi le 21 octobre à l’attaque par Mellinet du pont de Waelhem, sur la Nèthe.


Mons : Monument aux morts montois de 1830


Nivelles : Colonne aux Volontaires de 1830

Au lendemain de l’indépendance, la première démarche des Nivellois fut de planter un arbre, symbole de la liberté enfin trouvée : un magnifique peuplier d’Italie, au bas de la rue de Mons. Pour répondre ensuite au désir de la population, on décida d’ériger une colonne de marbre, œuvre de Joseph Lanneau, un marbrier local, encore que ce dernier eut grand mal à se faire payer pour son oeuvre. Elle fut inaugurée le 16 décembre 1834. Après plusieurs déménagements, elle se trouve depuis 1984 sur l’Esplanade du Souvenir, devant l’église et l’ancien couvent des Récollets.


Monceau sur Sambre (près de Charleroi) : Colonne 1830

Grez-Doiceau :
Par lettre du 16 mai 2007, la commune de Grez-Doiceau nous informe qu'un monument à la mémoire des volontaires de 1830 a été érigé près de son église paroissiale. Il fut inauguré le 23 juillet 1905, à l'occasion du 75e anniversaire de l'indépendance de la Belgique. Il s'y trouve encore aujourd'hui.
D'autre part, elle possède toujours le "drapeau de la reconnaissance" pour avoir coopéré à la libération nationale en 1830.

Pellenberg (à 6 km de Louvain, direction Tirlemont) :
Il existe un petit mémorial en face de l'entrée de la Clinique Universitaire Pellenberg, contre des buissons, érigé à la mémoire de la signature de la trêve entre la Belgique et les Pays-Bas. Ce lieu fut le décor de cet événement.
Le mémorial se trouve sur l'ancien domaine "de Maurissens", avant que l'université de Louvain n'achète le domaine. L'université occupe actuellement l'ancien château. (Information de M. Christophe Scheepmans, internaute, reçue avec gratitude le 10 juin 2008).


Le Drapeau de la Reconnaissance

Bastogne : Le mouvement de libération qui devait déferler sur la Belgique lors de son indépendance ne fut pas sans produire à Bastogne en août et septembre 1830 une certaine agitation. Une garde bourgeoise se constitua et les couleurs brabançonnes furent arborées en ville. Dès le 4 octobre 1830, une colonne de 15 volontaires partit pour Bruxelles. Leur excellent comportement, sous les ordres de P.F. Tosquinet, valut à la ville le DRAPEAU DE 1830 (exposé actuellement dans la Salle du Conseil de l'Hôtel de Ville).

Les nombreuses communes belges qui s'étaient spécialement distinguées dans la lutte contre les Hollandais, reçurent chacune le 27 septembre 1832, des mains de S.M. le roi Léopold I, un drapeau d'honneur aux nouvelles couleurs nationales, dit Drapeau de 1830.

Citons quelques unes de ces communes :

En région flamande : Aalst, Antwerpen, Brugge, Dendermonde, Diest, Gent, Kortrijk, Leuven, Maaseik, Mol, Oostende, Roeselaere, etc…
En région francophone : Andenne, Arlon, Bastogne, Bouillon, Dinant, Dison, Huy, Jemappes, Liège, Mons, Namur, Philippeville, etc...

Nous constatons que toutes les villes de notre pays, les plus grandes comme les plus petites, se sont impliquées pour obtenir à la Belgique son indépendance.

Quelle déception si nous devions renier une union si chèrement acquise !
La liste complète de ces communes belges est la suivante :

Aalst, Andenne, Anderlecht, Antwerpen, Arlon, Ath, Bastogne, Binche, Boitsford, Boom, Bouillon, Braine-l’Alleud, Braine-le-Comte, Brugge, Bruxelles/Brussel, Charleroi, Châtelet, Couvin, Dendermonde, Diest, Dinant, Dison, Dour, Enghien/Edingen, Ensival, Fontaine-l’Evêque, Geel, Gembloux, Genappe, Gent, Geraardsbergen, Ghlin, Gosselies, Grez-Doiceau, Halle, Hasselt, Herenthout, Hermee, Herstal, Herve, Herzele, Heverlee, Huy, Ixelles, Jemappes, Jodoigne, Kortrijk, La Hestre, La Hulpe, Leuven, Leuze, Liège, Lier, Luxembourg, Maaseik, Maffle, Meerhout, Menen, Meslin-L’Evêque, Mol, Molenbeek, Mons, Morlanwelz, Namur, Neufchâteau, Nivelles, Oostende, Peruwelz, Philippeville, Quaregnon, Quiévrain, Rebecq, Roeselare, Ronse/Renaix, Saintes, Saint-Ghislain, Sclayn, Seneffe, St-Pieters-Leeuw, Soignies, Tervuren, Thuin, Tielt, Tienen, Tournai, Verviers, Waterloo, Wavre, Westerlo.


Arbres de la Liberté 1830

Chimay : Au bout de la grand-rue, contre la Grand-Place, l’arbre de la Liberté, planté en 1830, a aujourd’hui disparu. Il a été remplacé par l’arbre de la victoire sur la place Froissard.

Jodoigne : Grand-Place, Chapelle Notre-Dame : Son clocher surplombe l’ancien Hôtel de Ville (1733-1734) et l’arbre de la Liberté (1830).

Rhode Ste-Agathe (Huldenberg) : Un Platane Oriental se trouve près de l’église, planté en tant qu’arbre de la liberté en 1830 ou 1831, suite à l’indépendance de la Belgique. Le site tout entier est classé.

Saintes (Tubize) : Platane, dit « Arbre de la Liberté », planté en 1831 devant l'église Sainte-Renelde, place A. Dupont.

Tervuren : Un lecteur (Luc Dierckx.) nous écrit qu'un arbre de la liberté se trouve sur une petite place près de l'église. "Je pense toutefois que l'arbre a été enlevé pour cause d'insécurité et remplacé par un autre." écrit-il encore dans son e-mail du 7.02.2008.

et bien d’autres encore...


Cimetières

Mussy la Ville (Musson) : Ancienne commune de Belgique, actuellement incluse dans la commune de Musson, située dans la province de Luxembourg, à une dizaine de kilomètres à l'est de Virton.
Le 3 octobre 1830, 14 volontaires de Mussy enrôlés dans la compagnie franche-luxembourgeoise partirent à Bruxelles pour défendre la patrie. Au cimetière paroissial, une tombe mentionne les noms de trois d’entre-deux :J.J. PIERRE, A. GILLET et Théodore DERISIER. Les deux premiers moururent des suites de guerre tandis que Théodore Derisier tomba au champ d’honneur. Alors que Niellon s’emparait de Lierre par surprise, Mellinet à la tête de la compagnie luxembourgeoise s’élança à la poursuite de l’ennemi, traversa Malines et arriva sur la Nèthe devant le pont de Waelhem défendu par 2000 Hollandais. Derisier faisait partie des 350 volontaires qui se présentèrent pour franchir le pont mais il ne revint pas.

Fleurus : (Rue St-Roch) Trois tombes de volontaires de 1830.

Zonnebeek : Dans une crypte en surface du cimetière municipal, reposent quatorze anciens combattants de Zonnebeke, un de 1830 et les autres des deux guerres mondiales. Dans cette crypte, plusieurs cercueils sont placés sur des planches en étagères. « Je ne sais si cette crypte est accessible au public mais j'y suis allé lorsqu'un employé du cimetière y travaillait. », nous a écrit un lecteur (Luc Dierckx., courriel du 7.02.2008).
etc...


Plaques commémoratives

Il existe aussi des plaques commémoratives : Gosselies (gendarmerie), Jumet (Hôtel de Ville), etc...

Si des lecteurs connaissent un mémorial dans leur ville ou village, érigé à la suite de l’indépendance de 1830, nous leur serions très reconnaissants de nous en informer. Qu’ils n’hésitent pas non plus à nous faire part d’informations complémentaires à cet article.
Ils peuvent nous envoyer un courriel à info@probelgica.be



(c) Copyright - Pro Belgica vzw-asbl - 2008.