H E T   B E S T A A N   E N   H E T O V E R L E V E N   V A N   O N S   B E L G I Ë 
Z I J N   I N   G E V A A R



Januari 1999




INHOUD

Inleiding

Voorafgaande begripsomschrijvingen

1. Schadelijkheid van onze huidige instellingen, in het leven geroepen door de hervormingen van 1993
I. De internationale politiek
- Buitenlandse zaken en buitenlandse handel

II. De bevoegdheden
- residuële bevoegdheden
- concurrente bevoegdheden

III. Beperking van de attributies van de Koning
- bij de benoeming van de Eerste Minister
- bij de ontbinding van het Parlement

2. Grondwetsbepalingen tot herziening van de Grondwet :

I. Miskenning van die bepalingen

II. Interventionisme van de partijen

3. De politieke partijen

4. Schadelijke ontwerpen, eisen en handelwijzen van sommige medeburgers en leden van politieke partijen :

I. Echtscheiding door onderlinge toestemming

II. Onze federatie omvormen in een confederatie

III. Wallonië en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest federeren

IV. Wallonië aanhechten bij Frankrijk

V. Nieuwe eisen van sommige partijen

VI. Zelfvernietigende voorstellen, reacties van onze medeburgers en alarmerend getuigenis

Oproep





INLEIDING


Is België ernstig in zijn leefbaarheid gehandicapt, of heeft het redelijke levenskansen? Een levensgrote vraag die om antwoord roept !

Dit document heeft tot doel met alle mogelijke scherpte te wijzen op de buitengewone en enorme gevaren die het uiteenbarsten en zelfs het tenietgaan van België kunnen veroorzaken.

Die risico's bestaan wegens bepaalde schadelijke teksten van de Grondwet, in het bijzonder de teksten uit 1993, wegens zelfvernietigende eisen en gevaarlijke handelwijzen van onze politieke partijen en van sommige medeburgers.

Pro Belgica is allen indachtig, zowel Nederlands- als Franstalige, die hun leven hebben gegeven of hun gezondheid en hun vrijheid hebben geofferd in de twee wereldoorlogen, en ook allen die zich in de loop van België's geschiedenis hebben ingezet voor de verdediging van ons land, zijn grondgebied, zijn integriteit, zijn beschaving, zijn rechten, zijn vrijheden, zijn tradities en zijn toekomst.

De geest en de daden van die bekende en onbekende helden getrouw, luidt Pro Belgica de alarmklok, om de publieke opinie en de politieke wereld te waarschuwen : de gevaren die thans België's overleven bedreigen zijn uiterst ernstig !

Die gevaren komen niet van een agressie van buitenaf, neen, zij komen op ons toe van binnenin ! België is ziek in zijn allerbelangrijkste raderwerken : zijn instellingen. De instellingen zijn als het ware het "skelet" van de Staat, en, zo het mechanisme van onze Belgische Staat het laat afweten, dan zal België dit niet overleven.

België gelijkt heden ten dage op een zwaar zieke, die zich inbeeldt gezond te zijn en die, elk geneesmiddel negerend, gezwind op de catastrofe toeloopt.

U die dit document ontvangen hebt, wees redelijk en lees het met de grootste aandacht, een lectuur die U wellicht méér inzicht en doorzicht, en de noodwendige informatie zal verschaffen.


U hebt het recht en de plicht op de hoogte te worden gebracht !



VOORAFGAANDE BEGRIJPSOMSCHRIJVINGEN


Enkele definities


Om de lezer tot een beter begrip van de schadelijkheid der hervormingen van 1993 en van de daaruit gesproten realiteiten, halen wij enkele definities aan die men absoluut moet kennen voor een degelijke analyse van de constitutionele hervormingen van de jaren 1980 en begin 1990.


Natie : Een Natie is een geheel, gevormd door individuen die een gezamenlijk leven delen, en vaak verbonden zijn door en gemeenschappelijke religie, taal of geschiedenis.

Staat : De Staat is dat nationaal geheel, waarin er "regeerders" en "geregeerden" zijn, en die als zodanig door de andere Staten wordt erkend.

Federalisme : Staatkundig stelsel waarin verscheidene onafhankelijke Staten ieder een deel van hun soevereiniteit prijsgeven ten behoeve van een hogere autoriteit.

Federatie : Groepering van Staten, die een op zichzelf staande internationale eenheid vormt, zo de Lid-Staten overkoepelt en die exclusief de externe soevereiniteit bezit.

Federale Staat : Een Federale Staat omvat een centrale Staat die, voor de uitoefening van bepaalde "bevoegdheden", politieke entiteiten beheerst, de zogeheten componenten (Cantons in Zwitserland, Länder in Duitsland, States in de U.S.A., de Gemeenschappen en Gewesten in België, enz...).

Bevoegdheid : In constitutioneel recht, betekent de bevoegdheid al datgene wat een openbare autoriteit (de Staat, zijn componenten, elk van zijn instellingen of openbare personaliteiten) gemachtigd is te beslissen of te doen, omdat het gezag daartoe aan die autoriteit door de Grondwet of de wet is verleend.

Confederatie : Vereniging van onafhankelijke Staten. Deze is slechts een coördineringsorganisme waar bepaalde beslissingen eenstemmig door de Lid-Staten worden genomen, wat de confederatie van de federale Staat onderscheidt. Een confederatie evolueert vaak naar en federatie : dit is o.m. het geval met Zwitserland. De huidige benaming "Confédération Helvétique" houdt mede de verwarring bij ongenoegzaam geïnformeerde personen in stand. Sedert de 13de eeuw tot in 1948 en 1974 immers, bestond er werkelijk een Zwitserse of Helvetische Confederatie, maar sinds die twee jaartallen, hebben constituties een echte en onbetwistbare federatie geschapen. De benaming werd gehandhaafd als een huldeblijk en als herinnering aan het schitterende historische verleden van de Helvetische Confederatie ... vandaar de verwarring !


* * *


Er zijn talrijke Federale of Bondsstaten. Zij beslaan thans een derde van de aardbol : Duitsland, Oostenrijk, Brazilië, de Verenigde Staten van Amerika, India, Zwitserland, enz...

Het kenmerk van een Federale Staat is het samenbrengen van politieke collectiviteiten (de componenten) die voorheen gescheiden, onafhankelijk en soeverein waren.

Het bijzondere van de Belgische Federale Staat is, dat hij, van uit een unitaire Staat, componenten (de Gemeenschappen en Gewesten) heeft geschapen. Het gaat dus hier om een radicaal tegengestelde handelwijze.



1. ONZE HUIDIGE INSTELLINGEN, UIT DE HERVORMINGEN VAN 1993 VOORTGEKOMEN, ZIJN SCHADELIJK


I. DE INTERNATIONALE POLITIEK

Een Staat, zoals gezegd, is een internationaal geheel, gevormd door regeerders en geregeerden, en die als zodanig door de andere Staten is erkend.

Wanneer onze Gemeenschappen en Gewesten in gesprek komen met buitenlandse Staten, dan stellen zij zich voor als "Vlaanderen", "Wallonië" of "Brussel-Hoofdstad", en onderscheiden zij zich van elkaar door hun identiteit. Wanneer gewesten gesprekspartners aan andere gewesten zijn, dan staan zij op dezelfde rang en erkennen zij elkaar als zodanig ; maar, zo een gewest het waagt als gesprekspartner van een buitenlandse Staat naar buiten te treden, dan maakt het zodoende onvermijdelijk aanstalten om de gelijke te worden van de buitenlandse Staten waarmee het betrekkingen onderhoudt.


Buitenlandse zaken en buitenlandse handel

Zo heeft België, federale Staat, door zijn nieuwe institutionele bepalingen de zeer te betreuren vergissing begaan aan de Gemeenschappen en Gewesten de macht af te staan om met buitenlandse Staten internationale verdragen te sluiten.

Die machten zijn uitgebreid tot het gebied van de buitenlandse handel, zodanig dat de Gemeenschappen en Gewesten in staat zijn hun eigen vertegenwoordiger of handelsattaché in de buitenlandse Staten aan te stellen, die ieder voor zijn Gewest of Gemeenschap werkt... En sommigen menen dat zij zich de titel van "ambassadeur" (!) mogen aanmatigen. Die toestand brengt uiteraard mededinging en rivaliteiten in een zelfde land met zich, waarbij de financiële last van die posten aanzienlijk wordt verzwaard, en er onvermijdelijk in het buitenland verwarring wordt gesticht.

Die huidige internationale praktijken leiden waarlijk tot een uiteenrukking
van onze Staat-België.

Om te voorkomen dat onze Gemeenschappen en Gewesten zich als soevereine Staten gaan gedragen, hebben onze instellingen voorzien in controles en rechten van toezicht door het federale (nationale) gezag, maar die controles en toezichten zijn beperkt en ontoereikend om de ambities van de Gemeenschappen en Gewesten af te remmen, die het, hunnerzijds, vleiend vinden over soevereine attributies te beschikken en geneigd zijn er nog meer te willen verkrijgen.

Iedere buitenlandse politiek vereist eenheid en coördinering. Eenheid, als kentrek van elke federatie. Coördinering, om die eenheid te vrijwaren, gezien de complexiteit van elke federatie.

Bij vergelijking van België's internationale politiek met die van andere gefedereerde landen, als Zwitserland, de Verenigde Staten, Duitsland, blijkt dat die politiek behoort tot de uitsluitende bevoegdheid van de federale (nationale) autoriteiten, en dat zij niet is overgedragen aan hun componenten, Cantons, States of Länder, zoals zij ten onzent aan de Gemeenschappen en Gewesten is overgelaten.

Hieruit volgt dat onze institutionele particulariteit op het stuk van buitenlandse politiek noodzakelijkerwijs leidt tot het uiteenbarsten van onze Staat, ons België.



Voorbeelden van huidige internationale praktijken (buitenlandse zaken, buitenlandse handel, internationale organisaties)

1.- Het voorzitterschap van de Belgische vertegenwoordiging bij talrijke internationale organisaties komt thans toe, naargelang van de agenda, hetzij aan een federaal minister (dus van geheel België), hetzij aan een gemeenschaps- of gewestminister. Elk "niveau van machtsuitoefening" (België, Gemeenschap, Gewest) neemt op zijn beurt dat voorzitterschap waar, alsof zij van dezelfde rang zijn, met hetzelfde belang, hetzelfde gezag en belast met dezelfde verantwoordelijkheden.

2.- Sommige Gemeenschappen of Gewesten hebben te Genève afgevaardigden aangesteld die rechtstreekse contacten leggen met de O.I.T. (Internationale Arbeidsorganisatie), de O.M.S. (Mondiale Gezondheidsorganisatie), de O.M.C. (Mondiale Koophandelsorganisatie).

3.- Afvaardigingen van de Gemeenschappen werden geaccrediteerd bij de UNESCO waar alleen de Staten worden erkend.

4.- Gemeenschaps- of gewestministers hebben, in de loop van bepaalde jaren, voor België, het voorzitterschap waargenomen in de schoot van conferenties van de Raad van Europa.

5.- In de Raad van Ministers van de Europese Unie kunnen gemeenschaps- en gewestgroeperingen de Belgische Staat verbinden, waarbij het hoofd van de Belgische delegatie nu eens een gemeenschaps- of gewestminister, dan eens een federaal minister is.

6.- De verkiezing van onze parlementariërs in het Europese Parlement is georganiseerd op een communautaire basis : 14 voor een Vlaams college, 10 voor een Franstalig college, 1 voor en Duitstalig college. Hierdoor wordt de communautaire breuklijn naar het Europese niveau overgeplant.

7.- In dezelfde geest van scheiding, worden groeperingen van Belgen in het buitenland gemeenschaps- en gewestgewijze gestructureerd : "Vlamingen in de wereld", "Union francophone des Belges à l'étranger" : de splitsing tussen onze Franssprekende en Nederlandssprekende medeburgers wordt zodoende op wereldschaal gebrandmerkt.

8.- Enz...

Men raadplege "Le système des relations internationales dans la Belgique fédérale", van de H. Charles-Etienne Lagasse, in het "Courrier Hebdomadaire", 1997, nrs 1549 & 1550, van het C.R.I.S.P. (Centre de recherche et d'information socio-politiques).



II. DE BEVOEGDHEDEN

De "bevoegdheid", als gezegd in de begripsomschrijvingen, is de macht, door de Grondwet of de wet aan een openbare autoriteit verleend, om te beslissen over een aangelegenheid of te handelen in alles wat op die aangelegenheid betrekking heeft.

De Grondwet bepaalt de toekenning van de bevoegdheden hetzij aan het federale gezag, hetzij aan de gemeenschaps- of gewestautoriteiten. De toe te kennen aangelegenheden zijn : de justitie, de landsverdediging, de veiligheid, de internationale betrekkingen, het onderwijs, de cultuur, het gebruik der talen, de gezondheid, de tewerkstelling, de immigratie, het economisch beleid, het vervoer, de verbindings en reismiddelen, enz..., kortom, alles wat verband houdt met een degelijke organisatie van de maatschappij en haar behoeften.
Terug

De residuële bevoegdheden

De aangelegenheden, die niet formeel door de Grondwet of door de uit kracht van de Grondwet uitgevaardigde wetten zijn aangeduid, worden "residuële bevoegdheden" geheten.

Door de recente institutionele hervormingen zijn aan de Gemeenschappen en de Gewesten zeer talrijke bevoegdheden toegekend. Nochtans liggen, nu, de residuële of restbevoegdheden nog steeds bij de federale autoriteit.

Dit is maar goed, want zo worden de eenheid van het Land, de gemeenschappelijke belangen en behoeften van alle burgers gevrijwaard. Maar luidt het spreekwoord helaas niet : "mooie liedjes duren niet lang" ?

Immers, artikel 35 van de nieuwe Grondwet (in 1993 aangenomen), voorziet in de omkering van de toekenning der residuële bevoegdheden : deze behoren toe aan de Gemeenschappen en de Gewesten, hetgeen hun nog ruimere machten zal verlenen en in dezelfde mate de machten van de federale Staat zal inkorten.

Dat artikel 35 bepaalt, dat de verdeling van de residuële bevoegdheden bij wet wordt bepaald. Het valt dus sterk te vrezen, dat de parlementariërs, die de wetten aannemen en allen komen uit taalgebonden en plaatsgebonden politieke partijen, bij die verdeling alleen zullen letten op de plaats- en taalgebonden belangen, en niet op de belangen van geheel België.

Hoe ruimer de machten der Gemeenschappen en Gewesten zullen wezen,
hoe meer deze zich van het centrale Gezag zullen vrijmaken,
en zodoende aan de eenheid van ons Land zwaar afbreuk zullen doen.


De concurrente bevoegdheden

Met "concurrente bevoegdheden" worden aangeduid die welke de federale (nationale) autoriteiten zelfs in de aan de Gemeenschappen en Gewesten toegewezen aangelegenheden zouden kunnen uitoefenen en welke dezer beslissingen zouden primeren, met jurisdictionele toetsing, wanneer nationale belangen en problemen op het spel staan.

Die concurrente bevoegdheden zijn ter sprake gekomen in een regeerakkoord van mei 1988, doch zonder verder gevolg. In andere Bondsstaten bestaan er gelijkaardige bepalingen (bv. in Duitsland), en het is erg jammer dat hetzelfde niet is gebeurd voor onze instellingen.

Nogmaals worden goede bepalingen geweerd, omdat er geen politieke wil aanwezig is
om ze in werking te doen treden.



Nog een paar verduidelijkingen betreffende de residuële en concurrente bevoegdheden :
Federaal België en andere federale Staten (Zwitserland, Duitsland, Oostenrijk, U.S.A.) verschillen wezenlijk hierin van elkaar, dat onze Gemeenschappen en Gewesten werden geschapen met de unitaire Belgische Staat als uitgangsbasis, terwijl het de Zwitserse Cantons, de Länder, enz... waren die zelf besloten zich te verenigen om een federale Staat op te richten.

In ons Land is er dus een diametraal tegengesteld proces gevolgd, en onze instellingen zouden met dat wezenlijke verschil rekening hebben moeten houden.

Schijnbaar heeft onze Grondwetgever het voorbeeld van die buitenlandse federale Staten gevolgd om de residuële bevoegdheden aan onze Gemeenschappen Gewesten af te staan. Immers, de componenten (Cantons, Länder, enz...) van die Staten die voor hun federale éénwording onafhankelijk waren, bezaten alle staatsbevoegdheden en zij hebben overleg gepleegd om te bepalen welke bevoegdheden naar de centrale Macht zouden worden overgeheveld om hun saamhorigheid en eenheid veilig te stellen. In federaal België gaat het net andersom. Aan de centrale Macht is een groot deel van haar bevoegdheden ontnomen ten voordele van de componenten (Gemeenschappen en Gewesten). Evenwel ging het in België om een centrale nationale Macht in het leven te roepen EN componenten van onze nieuwe Staat die in het nationale geheel op gecoördineerde en coherente wijze hun plaats hadden moeten vinden.

In de buitenlandse federaties werden, bij de oprichting van een centrale Macht, bevoegdheden gelaten aan hun componenten die de bewuste bevoegdheden reeds tevoren alle hadden uitgeoefend. Zij hadden er ervaring mee, en zij zochten niet een centrale Macht te verzwakken die zij zelf in het leven hadden geroepen.

In het federale België daarentegen, wordt iedere aan de centrale Macht ontrukte bevoegdheid bijna beschouwd als een overwinning van de lokale partijen in hun strijd om zoveel mogelijk bevoegdheden te verkrijgen.

Inzake toekenning van de bevoegdheden, zijn onze instellingen een zeer slechte kopie van die van onze buurstaten, omdat zij, in plaats van, zoals ginds, een element van eenheid te zijn, verdeeldheid en tweedracht in de hand werken.

Nut van de concurrente bevoegdheden :
Het zou nodig zijn, dat die bevoegdheden door de nationale (federale) autoriteiten worden toegepast in de gevallen waarin alleen zij doeltreffend kunnen optreden :
- hetzij omdat het optreden van een Gemeenschap of een Gewest ongunstig zou uitvallen voor de belangen van een andere Gemeenschap of Gewest,
- hetzij omdat een federale beslissing vereist is
- tot bescherming van de juridische of economische eenheid
- tot vrijwaring of handhaving van de gelijkheid der levensomstandigheden over het gezamenlijke nationaal grondgebied.

Zou dat niet gezond en nuttig zijn, en zelfs onontbeerlijk ?




De federale trouw en hoffelijkheid

1. In de D.B.R. : De Bundestreue :
De plicht van federale trouw, hoffelijkheid en samenwerking, die in de Duitse Bondsrepubliek en in andere federaties bestaat, wil, in een geest van goede verstandhouding en medewerking, al datgene beletten wat voor geheel de federatie of een deel ervan schadelijk zou kunnen wezen.

De Bundestreue, in D.B.R., vereist dat elke component acht slaat op gans de federatie, zodat er in de federale unie geen spanningen of belangconflicten plaatsgrijpen.

2. In België :
Onze federatie is niet ontstaan ingevolge een pakt, door haar huidige componenten gesloten, maar zij werd door de Grondwet en nationale wetten geschapen. Het is bijgevolg noodzakelijk, dat de federale autoriteiten en de componenten samenwerken om bij te dragen tot de versteviging van onze federale unie en tot de beveiliging van de belangen van het geheel.

De federale trouw zou constitutioneel als algemeen beginsel van het recht moeten worden aangemerkt, tot instandhouding van de geest van eendracht en samenwerking die in elke federatie noodzakelijk is. De rechtspraak, met name in Duitsland, heeft bewezen hoe nuttig en doelmatig het is dat in dat land zulk een gulden regel bestaat en vigeert.



III. BEPERKING VAN DE ATTRIBUTIES VAN DE KONING

Het is voor België sedert 1831 een grote weldaad geweest onder een voorbeeldig Koningshuis te staan. De zes Vorsten en de Regent -in 1944/1950- zijn, zoals onze Grondwet het Hun opdroeg, het eminente en onmisbare centrum van ons Land geweest. Zorg dragend om, en steeds met de grootste aandacht voor de verlangen en aspiraties van onze bevolkingsgroepen, voor de veranderingen en problemen in onze maatschappij, dragen en stutten Zij ook onze eenheid. En omgekeerd, nu onze dynastie die van het gehele België is, zou de splitsing van ons Land ongeziene, nefaste gevolgen hebben voor zijn duurzaamheid.

De recente hervormingen hebben geleid tot twee nieuwe bepalingen van groot gewicht op dit gebied :
Terug
1) De inkrimping van de attributies van de Koning t.a.v. de benoeming van de ministers.

"De Koning benoemt en ontslaat zijn ministers" (art. 96), waarbij het Parlement evenwel het recht heeft aan de aldus benoemde ministers zijn vertrouwen te weigeren.
Na het vertrek van de vroegere Regering, worden de nieuwe ministers door de Koning benoemd : de Eerste Minister met een ministeriële medeondertekening, meestal door de gewezen Eerste Minister, en de andere ministers met de medeondertekening van de nieuwe Eerste Minister.
Maar de recente hervorming legt het aan de Koning op, in twee belangrijke gevallen (zie de omlijning op p. 9, 1 & 2, betreffende de ontbinding van het Parlement : verwerping van de vertrouwensvraag, motie van wantrouwen) als Eerste Minister een door het Parlement aangewezen personaliteit.

Zulks betekent dat de voortreffelijke en onontbeerlijke diensten, door elke van onze zes Koningen bewezen, vergeten zijn, zoals meteen vergeten wordt, dat de Koning boven al onze politieke partijen staat, dat Hij is een pijler van wijsheid, evenwicht en ervaring, door Hemzelf verworven en gevormd naar het voorbeeld van Zijn voorgangers.

Deze ongelukkige hervorming drijft mee in een huidige, schadelijke tendens om essentiële en heilzame attributies van de Koning in de werking van onze instellingen af te schaffen.
Terug

2) De inkrimping van de attributies van de Koning en de ministers t.a.v. de ontbinding van het nationaal Parlement.

Voor de hervormingen kon het Parlement, zoals in ieder parlementair stelsel, zijn wantrouwen jegens de Regering uitspreken en ze dwingen op te stappen. Echter, daar de Regering en het Parlement gelijke en onafhankelijke machten zijn, had de Regering het recht, wanneer het algemeen belang haar daartoe verplichtte, aan de Koning de ontbinding van het Parlement voor te stellen.

Na de hervormingen is dat stelsel grondig gewijzigd, en voortaan kan het Parlement nog slechts in drie gevallen worden ontbonden, terwijl er veel andere gevallen zijn waarin die ontbinding zich opdringt (artikel 46 van de Grondwet).

Dit verwringt fundamenteel het parlementair stelsel, want zodoende worden de machten en bevoegdheden van de Koning en de ministers onder een parlementsvoogdij gesteld die het evenwicht tussen de Machten verbreekt. Door aldus een evenwichtig parlementair stelsel te slopen, glijdt men af naar een regime van assemblees, d.w.z. van de almacht van het Parlement, een regime waarvan de wederwaardigheden en de wandaden werden belicht en aangetoond door de geschiedenis en de politieke wetenschappen.

Dit is fundamenteel betreurenswaardig en schadelijk !


Door de hervorming betreffende de ontbinding van het Parlement, werd ons monarchaal stelsel van parlementaire democratie ingrijpend gewijzigd, zodanig dat het beschadigd en zelfs vernield is. Voortaan kunnen de Wetgevende Kamers (Senaat en Kamer) nog slechts worden ontbonden in de drie volgende gevallen (artikel 46) :
1) Wanneer de Kamer van volksvertegenwoordigers een verzoek om vertrouwen, door de Regering gedaan, verwerpt en niet binnen drie dagen een andere Eerste Minister voor benoeming aan de Koning voordraagt ;
2) Wanneer dezelfde Kamer spontaan een motie van wantrouwen tegen de Regering aanneemt en niet tegelijk een opvolger voor de Eerste Minister voor benoeming aan de Koning voordraagt ;
3) Wanneer de Regering haar ontslag heeft ingediend ; maar in dat geval kan de ontbinding slechts plaatshebben met het akkoord of de instemming van de kamer self (Kan een akkoord of instemming van die aard werkelijk worden beschouwd als strokend met een constitutioneel parlementair stelsel ?!!).

Er bestaan nog heel wat andere gevallen waarin de ontbinding van het Parlement nodig is (b.v. wanneer de regeringsploeg uit elkaar valt, of wanneer, wegens nieuwe omstandigheden, de parlementaire vertegenwoordiging niet meer weergeeft wat in het Land leeft, of nog, wanneer het na verkiezingen onmogelijk blijkt een regering te vormen), maar waarop de nieuwe bepalingen niet eens acht slaan.



2. GRONDWETSBEPALINGEN TOT HERZIENING VAN DE GRONDWET

Herzieningen of correcties kunnen in de Grondwet niet worden aangebracht dan onder de vereisten, door de Grondwet voorgeschreven.


Bepalingen, door de Grondwet voorgeschreven :

- Verklaring van de Federale Wetgevende Macht dat er redenen zijn tot herziening of correcties ;
- Ontbinding van de Wetgevende Kamers ;
- Verkiezingen, zodat de burgers zeggenschap hebben over die belangrijke vragen ;
- Nieuwe Kamers, die in gemeen overleg met de Koning beslissen over de herziening onderworpen punten;
- Beraadslaging door de Kamers, met aanwezigheid van tenminste twee derden van de leden, en beslissing met ten minste twee derden van de stemmen.



I. MISKENNING VAN DIE BEPALINGEN

Sinds de jongste jaren, en voornamelijk met het oog op de hervormingen van 1993, is gebleken dat politieke partijen, bestaande uit verkozenen maar ook uit niet-verkozenen van die partijen, zijn samengekomen om te beslissen over de herzieningen of correcties die in de Grondwet aangebracht dienen te worden.

Zo werden in 1993 de zogeheten "Sint-Michiels" akkoorden gesloten, die leidden tot de finale omvorming van België, federale Staat : die akkoorden werden gesloten door de Regering en vertegenwoordigers van politieke partijen van wie sommigen verkozen leden van het Parlement waren maar anderen, niet-verkozenen, noch het mandaat, noch de kwaliteit, noch de bekwaamheid en bevoegdheid hadden om die akkoorden te sluiten.

Welnu, geen enkel gezag is bereid gevonden om die overtredingen van de Grondwetsprocedures
aan te klagen !



II. INTERVENTIONISME VAN DE POLITIEKE PARTIJEN

Die partijen, die generlei grondwettelijke attributie, opdracht of beslissingsbevoegdheid hebben, besluiten over en stellen zelfs de teksten der Grondwet op, die, na de ontbinding van de vroegere Kamers, door de nieuwe Wetgevende Kamers zullen moeten worden gestemd.

Thans is er sprake van, dat het de politieke partijen zouden zijn die, Franstalige of Nederlandstalige, ieder van zijn kant, gaan beraadslagen over de herzieningen en correcties, in de Grondwet aan te brengen, en die, daarna, beslissen over de ontwerpen van de nieuwe teksten en ze zelfs gaan opstellen, ook al na onderhandelingen tussen hen alleen (!) ; er is zelfs sprake van, dat het de voorzitters van die lokale partijen zouden wezen die de bedoelde constitutionele voorbereidingen (!!) voor hun rekening nemen.

Wij hebben daar te maken met een onrechtmatig interventionisme van de politieke partijen, die handelen alsof zij het recht hadden op te treden en te beslissen inzake de herzieningen van de Grondwet !



3. DE POLITIEKE PARTIJEN

In de buitenlandse federale Staten bestaan er uiteraard en noodzakelijkerwijze nationale politieke partijen.

In België evenwel, bestaan er, sedert lange jaren al, geen grote nationale politieke partijen meer die de belangen en problemen van geheel België tot hun zorg maken. De grote politieke families (christelijk-socialen, liberalen, socialisten) hebben zich gesplitst en zijn gescheiden om taalgebonden en lokale partijen te worden. Allemaal, enkel en alleen om hun eigen Gemeenschap of Gewest bekommerd, hebben zij zich daarop vastgelegd en verwaarlozen de nationale belangen en problemen, d.w.z. die van het gehele België.

De Kamer van volksvertegenwoordigers en de Senaat, die federale (dus nationale) instellingen zijn, worden uitsluitend gevormd door verkozenen die zijn voorgedragen door lokale en taalkundig gescheiden politieke partijen.

Zijn de verkozenen van die taalkundig, lokaal of geografisch gescheiden partijen geroepen, of hebben zij de bekwaamheid om nationale beslissingen te nemen, terwijl zij komen uit partijen met een regionaal of communautair ideeëngoed en doelstellingen ? En hoe zouden nationale verantwoordelijkheden behartigd kunnen worden indien zij gelegd worden in de handen van parlementariërs die zich beperken tot de doelstellingen van hun partij dewelke lokaal en taalkundig in een dwangbuis steekt ?

Het is vanzelfsprekend de taak van de politieke personaliteiten alleen, en niet van de Grondwet of een wet, om enige politieke partij, en dus nationale partijen op te richten. Laten wij hopen dat die notabelen zich bewust zullen zijn van het vitale aandeel dat dit aspect van het politieke leven voor het overleven van België heeft.

Wij smeken hen, dat zij daarvoor de allergrootste zorg dragen, en dat zij daadwerkelijk acht slaan op de ervaringen en realisaties van de buitenlandse federale Staten die wel degelijk nationale partijen bezitten !


Zolang België uitsluitend zal worden geregeerd door verkozenen van communautaire of regionale partijen, zullen de communautaire twisten, tegenkantingen en plagerijen voortduren.

Terug

4. SCHADELIJKE ONTWERPEN, EISEN EN HANDELWIJZEN VAN SOMMIGE MEDEBURGERS EN LEDEN VAN POLITIEKE PARTIJEN


I. Echtscheiding door onderlinge toestemming

Bij een "echtscheiding" door onderlinge toestemming of door de uitspraak van een rechtbank, is de echtscheiding voltrokken en gaan de echtgenoten dus voorgoed uit elkaar.
Toen, bij analogie met die mislukking van een huwelijksgemeenschap, een invloedrijke Vlaamse parlementariër gewaagde, voor België, van een "echtscheiding door onderlinge toestemming", stelde hij niets anders voor dan dat onze gemeenschappen zich zonder meer van elkaar zouden afscheiden. Die verklaring deed veel stof opwaaien en een grote Belgische Franstalige krant haakte op die schandalige en incivieke uitlating in met de kop "Osons le divorce belge !" - "Laten wij de Belgische echtscheiding aandurven !".

Bepaalde parlementsleden en media pakken om beurten uit met "inslaande" formules om zodoende onze medeburgers klaar te maken voor de ontmanteling van ons Land. Maar wat zij hun niet zullen besparen zijn de moeilijkheden, de verscheurende spijt en droefheid, en evenmin de buitensporige financiële aderlatingen die het uiteenspatten van België zal veroorzaken.
Terug

II. Onze federatie omvormen in een confederatie

Voortgaande met zijn suggesties die de zelfmoord van ons Land zouden inluiden, stelde dezelfde parlementariër voor het federale België om te vormen in een confederatie. Een confederatie is geen Staat ! Het is niet meer dan een samenwerking tussen soevereine Staten, en dat weet die parlementariër zeer goed. Het is overduidelijk dat hij, onder de schijn van misleidende woorden, denkt aan "Vlaanderen" en de andere Gemeenschappen en Gewesten van België als toekomstige soevereine Staten. Hetgeen noodwendig de verdwijning van de Belgische Staat impliceert.

Daarbij dienen te worden gevoegd het voorstel van het Vlaams Blok om aan de Vlaamse provincies staatsonafhankelijkheid toe te kennen, en het voorstel van de Volksunie die, bovendien, de grondwettelijke attributies van de monarchie wil afschaffen !
Terug

III. Wallonië en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest federeren

Al even schadelijk als het vorenstaande, is het voorstel van Franstalige politieke partijen tot oprichting van een unie, een federatie tussen Wallonië en de Franssprekende inwoners van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Die Franstalige, en zodus lokale partijen geven niet om de belangen van alle Belgen, maar alleenlijk is het hun te doen om de belangen van hun Waals Gewest en van de Franstalige gemeenschap.

Dat voorstel zou het Brussels Hoofdstedelijk Gewest ontmantelen, dat bestaat uit Franssprekenden en Nederlandssprekenden. Maar dat kan hun evenmin schelen ! Welnu, daar dat Gewest tweetalig is, vormt het een cement dat voor het overleven van federaal België onmisbaar blijft.
Terug

IV. Wallonië aanhechten bij Frankrijk

Sommige Walen wensen de aanhechting van hun Gemeenschap en Gewest bij Frankrijk. Omdat zij zich niet sterk genoeg voelen om onafhankelijk te zijn, eisen zij op die manier de vernietiging van België.

Het is te betreuren, dat Franse personaliteiten de personen die die rampzalige wens hebben geuit, met sympathie onthaald hebben.


V. Nieuwe eisen van bepaalde partijen

In actuele ontwerpen van Nederlandstalige politieke partijen worden hervormingen geëist die ons België fundamenteel uiteen zouden scheuren. Een Vlaams wetsvoorstel wil de nationale feestdag van 21 juli vervangen door 11 juli, de feestdag van de Vlaamse Gemeenschap ; dat voorstel wenst dat hetzelfde gebeurt voor de feestdagen van de andere Gemeenschappen.
Terug

VI. Zelfvernietigende voorstellen, reacties van onze medeburgers en alarmerend getuigenis

Een volksvertegenwoordiger suggereert, dat onze nationale Rechterlijke Macht door een Franstalige en een Nederlandstalige Rechterlijke Macht wordt vervangen. Andermaal, een nieuwe bedreiging voor België's overleven : afschaffing van één van de drie Staatsmachten van ons Land !

Een andere parlementariër suggereert van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest te maken een "Europees District D.C." (naar het voorbeeld van het Hoofdstad Washington DC [federaal "District of Columbia"], dat een gerechtelijke en bestuurlijke instelling van de Federatie der U.S.A. is). Dit voorstel zou ertoe strekken om dat Gewest, het bindcement van de Belgische eenheid, om te toveren in een europees district, dat dus rechtstreeks zou afhangen van de Europese Unie en niet meer van de Belgische Staat... weer eens een voorstel dat de ontmanteling van België beoogt !

Aan het gebruik van de franse of van de Nederlandse taal wordt een kennelijk overdreven groot belang gegeven, wat leidt tot een splitsing tussen Nederlandssprekende en Franssprekende Belgen. De reglementen en de feiten zijn niet bevorderlijk voor het onderwijs, in de scholen, van de tweede landstaal, zowel in het Noorden van het Land als in het Zuiden. Deze splijting, die van kindsbeen af wordt in stand gehouden, wordt toegepast in alle geledingen van het sociale en openbare leven en is aanwezig tot in de constitutionele regels toe. In dier voege is de taalscheiding een gereglementeerde en opgelegde realiteit, die ongelukkig genoeg juist door onze medeburgers zelf wordt gevolgd.

Bij wijze van voorbeeld worde herinnerd aan de uitdrijving, onder het schreeuwen van "Walen buiten", van de Franssprekende studenten en hoogleraren uit de Leuvense Universiteit, met haar seculaire internationale uitstraling. Omgekeerd werden de Nederlandssprekende studenten en hoogleraren geweerd uit de "Université Libre de Bruxelles" met haar Franssprekende meerderheid. Taalsplitsingen, in de meeste professionele, culturele en andere verenigingen en groeperingen zijn doorgevoerd, vrijwillig of onder politieke of financiële druk van diverse zijden : de Brusselse Balie, gesplitst in een Franstalige en een Nederlandstalige Orde, de Federatie der Notarissen, allerlei wetenschappelijke, economische, juridische, sportieve, caritatieve, enz... verenigingen, tot het Brusselse brandweerkorps toe !

De televisie, opgedeeld in Franstalige en Nederlandstalige zenders, geeft internationale informaties, maar, wat België betreft, zendt zij niet genoeg nieuws uit betreffende "de andere taalgemeenschap".

Al die buitensporigheden en overdrijvingen hebben tot gevolg, dat auteurs (letterkundigen, wetenschappers -in de ruime zin- en academici, hoofdzakelijk Nederlandstalige), die uit dat talen- en gemeenschappenkeurslijf willen loskomen en hun publicaties in het buitenland willen verspreiden, het engels bezigen, terwijl het gebruik van de franse taal, één van onze twee landstalen, tot dat doel zeer vaak zou volstaan. Uitwisselingen tussen de taalgemeenschappen worden daardoor hoe langer hoe moeilijker of verdwijnen, wat oorzaak is van professionele en culturele verarming, maar ook van een verzwakking van de nationale eenheid. Het is toe te juichen dat bepaalde nieuwe initiatieven, zoals de Prins Filipsfonds, vorm lijken te krijgen om die geleidelijke verwijdering tussen de taalgemeenschappen af te remmen.

Dat enkele taalgroepen, Nederlands- en Franssprekende, het in de straat tegen elkander opnamen om kwesties van het gebruik van hun respectieve taal, bleef, gelukkig, totnogtoe de uitzondering. Maar zullen botsingen van die aard niet worden benut om de veelvuldige eisen van sommige politici met geweld door te drukken ? Laten wij niet vergeten, dat de troonsafstand van Koning Leopold III werd afgedwongen door het oproer van weinigen ! Zouden die taalbotsingen, door de eisen van de politieke partijen aangevuurd, niet ook tekenen zijn dat zwaardere interne conflicten dreigen, zo afgrijselijk en bloedig als die welke in het buitenland woeden ? "Caveant consules!" (die uitdrukking is een waarschuwing, in aanwezigheid van de voortekens van een toestand die onherstelbaar zou wezen !).

De C.R.I.S.P. (Centre de recherche et d'information socio-politiques) is zelf ook bezorgd om de huidige toestand van België. De adviezen en aanbevelingen van dat organisme hebben groot gezag. In de voorstelling van één van zijn publicaties, nu, stond de volgende zin te lezen, die nopens het overleven van België zeer pessimistisch is : "Open blijft de vraag, of de structuren van de Staat gestabiliseerd zijn, dan wel of het gaat om overgangsetappes hetzij naar nieuwe hervormingen, hetzij naar de opsplitsing van de Staat".



OPROEP

Na eeuwenlang een gemeenschappelijke geschiedenis gehad te hebben en onder vreemde heerschappij te hebben gestaan, hadden onze Belgische Provincies en bevolkingen het geluk het Koninkrijk België te worden en op 21 juli 1831 onze eerste Koning in te halen.

Daarna kende ons Land tal van harde momenten, maar ook verheugende gebeurtenissen. Zijn donkerste tijden waren de twee wereldoorlogen die de ganse aarde teisterden maar ook zwaar leed brachten voor al onze landgenoten die bij die bloedige en zo smartelijke beproevingen betrokken waren.

Telkens wanneer ons Land aan erge gevaren blootstond, bleef de grote meerderheid van de Belgen, Vlamingen en Walen, over hun verschillen heen, verenigd en boden zij alle dreigingen het hoofd met bewonderenswaardige moed en taaiheid.

Hun daden mogen niet uit ons geheugen verdwijnen. Het België van vandaag is een zeer reëel patrimonium : het is een grond, het zijn bewoners, vereend door nauwe familie- en vriendschapsbanden, door eenzelfde geschiedenis en eenzelfde Dynastie. Dat België danken wij aan al die strijders en verzetslieden, bekende en onbekende, in de twee oorlogen, en aan allen die zich in dienst van ons Land hebben ingezet : politieke, economische, culturele, sociale en religieuze persoonlijkheden, die ieder tot de uitbouw van onze Natie hun steen hebben bijgedragen en haar zo een uitstraling, een aanzien en een gezag hebben verworven die buiten kijf staan.

Oorlog en vrede : wie zou niet weten dat de ene uitzonderlijk is, terwijl de andere de vrucht is van inspanningen, offers en gezond inzicht welke minder spectaculair maar even opmerkelijk zijn.

De stem van het volk en de woorden die in de huiselijke kring gewisseld worden zijn veelbetekenend voor wie weet te luisteren. Zij laten blijken dat de mensen zich om de toekomst van ons Land in stilte zorgen maken, een ongerustheid die achter een schijnbare onverschilligheid schuilgaat, omdat de meesten het besef dat de ontmanteling van België dreigt niet aankunnen.

Wij roepen al onze medeburgers op : houdt met alle kracht de geest van eenheid en goede verstandhouding levend, die voor België zo noodzakelijk is.

Wij roepen al onze politieke autoriteiten op : vervult naar beste vermogen uw opdracht het Land te besturen "als een goed huisvader", en brengt in de instellingen de correcties aan zonder welke ons België niet kan overleven.


Mogen zovele offers en inspanningen, moge zoveel ijver, inzet en toewijding
niet ijdel zijn geweest !


* * *


DAMES EN HEREN VAN DE POLITIEKE KLASSE,
WIJ ZIEN ZEER DUIDELIJK WAAR HET HEENGAAT, EN WIJ SMEKEN U :
WORDT WAKKER, WANT ONS LAND VERKEERT IN GROOT GEVAAR !

* * *



Executief comité van Pro Belgica (1999) :

Voorzitster: Prinses Rosalie de Merode
Ondervoorzitster: Mw. Renée Selvais
Algemeen Secretaris: Dhr. Albert Paternostre
Penningmeester Mw. Jacqueline Gévaudan
Leden: Mwen Jacqueline Jaujou, Jacqueline de Montjoye
de HH. José Duchant, Jean Misson, Paul Moors, Georges Thirionet



(c) Copyright - Pro Belgica vzw-asbl - 2008.